Kralingen is ontstaan op een
plek die een flink stuk buiten de huidige wijk ligt, namelijk in de
buurt van de begraafplaats Oud-Kralingen in de Prins Alexanderpolder
(tussen de nieuwbouwwijken Prinsenland, Het lage land en Schenkel
in). Kralingen was een veendorp en met het afgraven van het veen was
men zo succesvol dat het dorp langzaam onder water verdween. In 1840
werd de dorpskern ontruimd en verplaatste het centrum zich naar de
kruising van de huidige Hoflaan, Oudedijk, Korte Kade en 's-Gravenweg.
Het ambacht Kralingen lag aan een bocht in de Nieuwe Maas, waarin
grond aanslibde. In 1164 werd naar aanleiding van een overstroming
een waterkering aangelegd, de huidige Oudedijk/'s-Gravenweg. Aan
weerszijden van de dijk werd land ontgonnen. Een buitendijkse
voordijk werd aangelegd, die later Schielandse Hoge Dijk ging heten,
de huidige Oostzeedijk/Honingerdijk. Later werd deze verhoogd tot
een permanente dijk. Kralingen was dus een polder. In de
middeleeuwen heersten de ambachtsheren van Kralingen over het gebied.
Al in 1244 wordt een zekere Hugo van Cralinghen genoemd. Zij
resideerden op slot Honingen, dat lag tussen de Slotlaan, Essenweg
en Hoflaan. Het werd enkele malen verwoest het laatst in 1572,
tijdens de tachtigjarige oorlog. In 1668 kocht Rotterdam het terrein
aan en bouwde er een herenhuis.
Rotterdam bemoeide zich toch wel uitvoerig met het gebied. In 1596
kocht de stad het gebied ten zuiden van de Oostzeedijk en legde daar
de havens het Boerengat en later het Buizengat aan. Welgestelde
Rotterdamse families legden hier lommerrijke buitenverblijven aan,
met namen als Jeruzalem, Jericho, Lusthof, Laanzicht, Vredehof en
Rozenburg. In de straatnamen is de herinnering aan de lusthoven
bewaard gebleven. In 1874 werd het Slot Honingen-terrein weer aan
Kralingen verkocht, dat er een openbaar wandelpark en een villawijk
aanlegde (Voorschoterlaan, Avenue Concordia). In 1769 liet Rotterdam
de Oude Plantage aanleggen, 'ten profijte en tot agrément van dese
Stadt en derzelver ingezetenen' (ten zuiden van de kruising
Honingerdijk/Maasboulevard) en in 1844 werd de
Nieuwe Plantage (Plantageweg) aangelegd, zodat de wijk nog groener
werd.
Door Rotterdam geďnitieerde industrialisering, m.n. in het door
Rotterdam beheerste gebied rond de Oostzeedijk, leidde de toenemende
verstedelijking van Kralingen in. Meest berucht is de vestiging van
de Nieuwe Rotterdamsche Gasfabriek in 1852, die hier tot 1926 zou
blijven. Hier werd gas uit steenkool gewonnen waarmee o.a. de
Rotterdamse straatverlichting werd voorzien van energie. Later kwam
er een elektriciteitscentrale bij. De enorme milieuvervuiling (m.n.
de grond) maakte ruim honderd jaar later een grootscheepse
grondsanering noodzakelijk (die nog steeds gaande is). De toestroom
van arbeiders (o.a. uit Noord-Brabant) begon het dorp boven het
hoofd te groeien. In 1895 werd het door Rotterdam geannexeerd. Voor
Kralingen was dit een financiële redding, voor Rotterdam een
mogelijkheid om uit te breiden. In het westen van Kralingen werden
in hoog tempo arbeiderswoningen gebouwd. Het oosten van Kralingen
bleef zijn voorname karakter behouden.
Hedentendage is Kralingen een bijzondere mix van welgestelde (in het
oosten), middenklasse en volksbuurt (in het westen). De groei van de
Erasmus Universiteit en Hogere Economische School zorgde ook voor
een aanzienlijke studentenpopulatie in de wijk. Door deze mix is ook
het winkel- en horeca aanbod zeer gevarieerd en is het een gewilde
woonwijk geworden.
Klik
hier voor ons straatbeeld van de Avenue
Concordia.